Een van de vele zorgen rondom AI tegenwoordig is de impact die de haast om datacenters te bouwen heeft op lokale gemeenschappen. Datacenters kunnen een grote belasting vormen voor de hulpbronnen, en sommige nutsbedrijven hebben al aangegeven dat klanten een stijging van hun elektriciteitsrekening kunnen verwachten naarmate de vraag naar deze faciliteiten toeneemt. Er is discussie geweest over welke energiebronnen de AI-motor zouden kunnen ondersteunen, en het windenergiebedrijf Airloom tracht dit probleem aan te pakken. Voorafgaand aan hun volgende verschijning op CES, hebben we meer geleerd over wat Airloom dit jaar heeft bereikt en waar het bedrijf naar streeft.
In plaats van de gebruikelijke hoge torens die voor windenergie worden gebruikt, zijn de constructies van Airloom tussen de 20 en 30 meter hoog. Ze bestaan uit een ring van verstelbare vleugels die langs een baan bewegen, vergelijkbaar met een achtbaan. Wanneer de vleugels bewegen, wordt er energie opgewekt, net zoals bij de bladen van een normale windturbine. Airloom beweert dat hun structuren 40% minder massa nodig hebben dan traditionele structuren, terwijl ze dezelfde hoeveelheid energie opwekken. Ook zeggen ze dat Airloom-torens 42% minder onderdelen en 96% minder unieke onderdelen vereisen. Over het geheel genomen beweert het bedrijf dat hun aanpak 85% sneller kan worden toegepast en 47% goedkoper is dan windturbines met horizontale as. Airloom is in juni begonnen met de bouw van een pilotlocatie om de aanpak te testen en te bevestigen hoe deze cijfers in de praktijk werken.
Hoewel het niet mogelijk is om een windpark, zelfs een klein, naar CES te brengen, zal Airloom op het evenement een stand hebben met materialen over hun technologie en engineering. Hoewel het bedrijf niet gericht is op consumenten, zou de impact van het werk van Airloom in de toekomst een positieve invloed kunnen hebben op mensen als de groei van datacenters aanhoudt.
BRON






