De New York Times en de Chicago Tribune hebben afzonderlijke rechtszaken aangespannen tegen Perplexity wegens vermeende inbreuk op het auteursrecht. Volgens de Times heeft Perplexity herhaaldelijk verzocht om te stoppen met het gebruik van de inhoud totdat er overeenstemming kon worden bereikt, maar het AI-bedrijf weigerde dit te doen.
In de rechtszaak beschuldigde de Times Perplexity ervan inbreuk te maken op haar auteursrechten door de website te analyseren om AI-modellen te trainen en inhoud te sturen naar apparaten zoals de Claude-chatbot en de Comet-browser. Daarnaast beweerde de Times dat de generatieve AI-producten van Perplexity vaak artikelen woordelijk reproduceerden, wat het merk van de krant schaadde door verzonnen informatie toe te schrijven.
Ook de Chicago Tribune heeft een rechtszaak aangespannen tegen Perplexity, omdat hun genAI-producten resultaten genereren die identiek of vergelijkbaar zijn met de inhoud van de krant. De Tribune beschuldigt Perplexity ervan op illegale wijze miljoenen stukken auteursrechtelijk beschermde inhoud te hebben gekopieerd om hun producten en tools te verbeteren.
Deze rechtszaken zijn onderdeel van een grotere trend waarbij auteursrechthouders en AI-bedrijven betrokken zijn in juridische geschillen. Zo heeft de Times eerder OpenAI en Microsoft aangeklaagd voor het trainen van grote taalmodellen zonder toestemming. Sommige auteursrechthouders hebben echter deals gesloten met AI-bedrijven, zoals OpenAI die overeenkomsten heeft met mediabedrijven zoals Amazon. De Times en Amazon hebben bijvoorbeeld een deal gesloten die naar verluidt 25 miljoen dollar per jaar waard is.
BRON






